Handvaten bij het gesprek op school

Om te weten te komen welke vervoersoplossing het beste bij de leerling past zetten we enkele vragen op een rijtje die helpen om na te gaan wat de behoeftes en mogelijkheden van de leerling zijn.

1.Hoe oud is de leerling? Wat kunnen we wel of niet verwachten? Wat weet hij of zij over de verkeersregels? Ging de leerling al zelfstandig naar een vorige school? Hoe gebeurde dat toen en welke ondersteuning was er dan voorzien?

2. Wat kan de leerling? Lukt het voor hem of haar om zelfstandig te fietsen of te steppen? Wat met alleen oversteken? Is de leerling mondig genoeg om een vraag te stellen? Verplaatst hij of zij zich zelfstandig voor hobby’s?

3.Wat kan de leerling nog niet? Zijn er fysieke of mentale beperkingen? Kan hij of zij bijna zelfstandig fietsen, maar nog niet vlot genoeg om deel te nemen aan het verkeer?

4.Is het traject veilig? Moet de leerling ver naar de halte? Hoe ver is de school? Is de straat druk, het fietspad breed en zijn de zebrapaden duidelijk zichtbaar? Kan hij of zij zich zelfstandig in het verkeer verplaatsen of is er steeds nood aan begeleiding?

5.Is het ver? Hoe lang duurt de wandeling of fietstocht naar de halte of naar school? Legt de leerling wel vaker zulke afstanden af en lukt dat goed?

6Is er opvang na de schooluren? Is er iemand thuis als de leerling aankomt? Kan hij of zij iemand opbellen in nood? Kan hij of zij terecht bij familie of buren? Wordt er al gebruik gemaakt van opvang op school of elders?

7. Hoe gaat de leerling om met drukte? Kan de leerling op de juiste bus of tram stappen als het wat drukker is aan de halte? Wie helpt bij het opstappen?